Het is elke dag anders, maar nooit beter.

Zijn antwoord bij de huisarts was nee. Zijn antwoord bij de longarts was nee. Zijn antwoord bij de longspecialist was ook nee. Zij toonde een 3-d versie van de ct-scan en wees aan waar de twee tumoren zaten. Nee, opereren kan niet in dat gebied, maar chemo of immunotherapie kan de groei van deze tumoren wel stoppen. Niet wegnemen. Hij schudde weer het hoofd. Nee, geen chemo. Ze tikte zijn arm aan om even al zijn aandacht op te eisen. Ze begreep zijn weerzin. Had zijn kankergeschiedenis gelezen. Maar toch, we zijn bijna 50 jaar verder. Er is heel veel veranderd in die tijd. Zonder behandeling heb je niets. Met deze behandeling kunnen we je er misschien nog wel een paar jaar bijgeven. Toen werd zijn aandacht echt getrokken. Een paar jaar erbij? Nou, daar stond hij dan wel voor open. Vooral nu hij wist dat de dood hem echt op de hielen zat. Hij keek mij aan: wat denk jij? Nou dacht ik van alles maar nooit dat hij overstag zou gaan. Zoveel keren dat we erover gesproken hadden en steeds weer hetzelfde antwoord: ik ga nooit meer aan de chemo. Mijn antwoord was kort. Besluiten zijn er om op terug te komen. Als jij ervoor kiest, dan ga ik daar in mee.

Zijn antwoord werd ja. En de vraag was of het dan maar meteen morgen zou kunnen beginnen. En dat antwoord werd nee, omdat er eerst precies bepaald moest worden welke soort en hoe agressief deze kanker zou zijn. Eerst legde ze uit waar de uitzaaiingen zaten. Hals, boven aan de ruggenwervel, in de bijnier, in de buik. Verder waren er ook nog verdachte plekken die nader onderzocht moesten worden. De printer ratelde en spuwde alle papieren met bijbehorende data uit. Nu er een ja was gevallen moest er haast worden gemaakt. Alleen nog de opiaten wat ophogen tegen de helse pijnen.

Het was al de maandag erna dat Hans een afspraak had bij de bronchoscopie. Het was op een afdeling in het ziekenhuis die er eigenlijk niet bij leek te horen. Het deed meer denken aan een griezelfilm. Alles keurig hier. Heel veel stoelen met een zachte zitting, die door verder niemand bezet werden dan alleen wij twee. Het was er heel licht, maar ook heel stil. Behalve als er ergens een deur open ging, dan hoorde je geluiden van vreemde apparaten. De verpleegkundige in hagelwit uniform. Een leuke doch strenge kop met millimeter kort geblondeerd haar. Haar blauwe ogen priemde zowat door je heen, als ze je aankeek. Ook zij paste precies in deze griezelfilm. Ze las Hans voor wat ze met hem gingen doen en vroeg mij of ik daarbij wilde zijn. Nu ik dit allemaal gehoord had, had ik mijn bedenkingen. Maar toch, ik wilde Hans daar niet alleen heen laten gaan. Elke stap die er tot nu genomen werd, deden we samen. Daarom ook dit.

De kamer was nog heller verlicht dan de rest van de afdeling. Ik kreeg een krukje toegewezen dat op een kleuterschool niet zou misstaan. Ik nam plaats, op veilige afstand. Alles werd in orde gemaakt. Hans kreeg een verdoving voor de slokdarm, mocht op het bed plaatsnemen. Zijn polsen werden (ik denk voor de zekerheid, om mishandeling van arts en verpleegkundige te voorkomen) aan het bed gezekerd. De slangen, met camera en hapjesnemer, in gereedheid. Het scherm flitste aan. Grootbeeld. Zodat goed te zien was waar de camera heen ging en of de hapjesnemer zijn werk goed deed.

Deze marteling. Ik hoop het zelf nooit mee te maken maar kan wel vertellen dat je het als toeschouwer ook niet makkelijk hebt. Althans, dat geldt voor mij. Tijgerend op mijn veel te kleine krukje bewoog ik mee op zijn geluiden. Tranen stroomden. Zou ik die polsen losgooien? Die slangen eruit trekken? Ik keek naar de beelden, weet ook niet waarom. Ik keek naar Hans, die aangaf dat het genoeg was, omdat hij bijna stikte. Ze stelden hem gerust.. Het was bijna klaar. Nog even doorbijten. Ik sloeg mijn handen voor mijn ogen, dit was niet om aan te zien. Ze vertelden dat hij het goed deed. Ik heb geen idee hoe lang het bij elkaar geduurd heeft. Het leek oneindig lang, maar ineens was het klaar. Slangen eruit, polsen los. Hoewel ik dacht dat hij nog even steunend en kreunend zou blijven liggen, zwaaide hij zijn lange lenige lichaam van het bed. De arts zat alweer achter de computer om de zojuist gemaakte beelden te bekijken. Hans keek nieuwsgierig over zijn schouder mee. De uitleg was helder maar niet feestelijk. Maar volgens deze arts was er een goede therapie om dit af te remmen. Uitslag aan het einde van de week.

De patholoog had toch meer werk, zei de longarts. Volgende week vrijdag uitslag. Precies een maand na de eerste uitslag en we waren nog helemaal niets opgeschoten. Behalve dan met pijnbestrijding. De opiaten werden steeds weer opgevoerd om de pijn te onderdrukken. Dan nog een pilletje voor de maag, pilletjes om de darmen op gang te houden, omdat met het ophogen van die opiaten de darmen totaal van slag raakten.

Ik zag de man die ik lief had veranderen. Per dag. Soms per uur. Het amper kunnen eten en drinken. Het braken zonder misselijk te zijn. De heftige pijnen. In het hoofd een steeds grotere chaos. Ik, als toeschouwer van de patiënt, zag dat hij tegen deze kanker geen schijn van kans had. Ik zag de man die ik lief had veranderen en daarmee veranderde er ook iets aan onze liefde. Het leek vloeibaar te worden, zodat het kon stromen naar alle uithoeken van ons brein. Je zou het verliefdheid kunnen noemen, maar daar steeg het ver bovenuit. Het was precies dat wat we nodig hadden om deze veldslag genaamd kanker samen aan te gaan. Hoe het ook zou eindigen.

Ja, het was elke dag anders, maar nooit beter.

Eén reactie op “”

  1. Als ik dit lees, Mip, moet het einde voor Hans echt een einde van een hel geweest zijn. En voor jou, hoe hartverscheurend ook, ook. Op zo 25 okt 2026 om 17:00 schreef KortLevens verhalen en andere

    Like

Geef een reactie

Ontdek meer van KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder