Zomaar een dag in oktober. Ik kijk naar buiten en heb het vermoeden dat de zon driftig schijnt. Zeker weten doe ik dat niet, omdat de ramen heel vies zijn. Ik maak eerst maar ontbijt voordat ik een emmer met warm sop klaar zet. Maar de mouwen zijn alvast opgestroopt.
Tijdens het ontbijt ontvang ik een paar apptjes. Gelijk maar antwoorden, anders komt het er niet van. Na het ontbijt toch eerst maar wandelen met de honden. Maar niet voordat ik een brood in de broodmachine doe. Ik zet de wekker op 45 minuten, want dan moet ik de schoep eruit halen, omdat er anders een groot gat aan de onderkant van het brood komt. Ik maak ook maar gelijk een emmer met dampend heet sop klaar. Kan die alvast een beetje afkoelen voor straks.
Drie kwartier heb ik nu om met de honden te wandelen. En buiten? Buiten is het heerlijk, zelfs zonder jas. Tijdens de wandeling passeer ik de moestuin. Die ligt er nu een beetje zielig bij, maar ik heb het grootste gedeelte al winterklaar gemaakt. Alleen nog wat grove dingen met de bosmaaier kaal scheren en dan is dat ook gedaan. Is het daar eigenlijk niet het mooiste weer voor nu? Ik besluit van wel. Die ramen zijn morgen ook nog wel vies.
Op de terugweg van de wandeling haal ik alvast de bosmaaier uit de garage en maak hem klaar voor gebruik, voor straks. In de keuken piept de broodmachine, tijd om de schoep eruit te halen. Buiten hoor ik de honden blaffen. Aha! De postbode. Heeft hij lastpost? Of liefdesbrieven? Maar eerst verse eitjes koken voor de eiersalade bij de lunch.
Nu ik toch naar de brievenbus loop zie ik dat ik toch eigenlijk ook wel even een bezem over de veranda mag halen. Misschien aan het einde van de middag. Er zijn twee brieven vanuit Nederland en zeker geen liefdesbrieven als ze van het CAK komen. Ik lees wat er in staat, maar begrijp er eigenlijk helemaal niets van. Gelijk maar even bellen. Ik krijg uitleg van een heel aardige dame, die alle dossiers er gelijk maar even bij pakt en geeft mij goede instructies wat te doen. Via de website. Dan maar gelijk het internet op, formulieren invullen en de bijbehorende papieren meesturen. De wekker van de kokende eitjes rinkelt.
Het is nu bijna twee uur. Ik heb trek. Eerst maar lunch maken voordat ik omval. De emmer met warm sop is koud geworden. De bosmaaier ligt nog ongebruikt buiten.
Soms vraag ik mij waarom er soms zo weinig uit mijn handen komt. Maar nu ik het zo opschrijf begin ik het wel een beetje te begrijpen.
