Vrienden, wat moet je zonder?

Het was in de maand dat de zijdehoentjes werden geboren, april. Op de helft van die maand zaaiden wij onze eerste hennep. De moestuin was al op orde en Hans verdiepte zich in het precies aanleggen van de druppelslang. Om de 35 cm een gaatje, waar dan, als de slang aangesloten is op de 1000 liter container, om de enkele seconde een waterdruppel uit komt. Het werd passen en meten, vooral ook om rekening te houden met de rij-afstand, want hennepplanten kunnen flink uit de kluiten gewassen planten worden. En daar moesten we wel het één en ander voor doen om die planten zo ver te krijgen. 

Ik had een plan waar Hans zich niet helemaal in kon vinden. Wie anders dan Boeren Leen kon ons van advies dienen. Ik kreeg het gelijk aan mijn kant. We gingen inzaaien, maar niet alles in één keer, zodat de groei verdeeld zou kunnen worden. Want ik dacht natuurlijk al aan oogst, terwijl er nog geen zaadje in de grond zat. Dat oogsten wilde ik verdelen in tijd, zodat, als het eenmaal zo ver was, wij niet al die planten in één keer hoefden te oogsten. We zaaiden zoals afgesproken, om de twee weken en dat in drie keer. Schroevendraaier mee om de juiste gaatjes te maken. Niet te groot en ook niet te diep, maar dan weer wel diep genoeg om goed te kunnen wortelen.

Bij elk gaatje in de druppeslang kwam een gaatje in de aarde en in elk gaatje verdween een hennepzaadje. De kraan van de 1000-liter container werd opengezet en zo vielen precies bij elke zaadje de druppels. Zonder verspilling en zonder dat ook het onkruid water zou krijgen. Omdat ik ondertussen ook best wel veel van zaden weet, zaaide ik thuis in een grote bak extra hennep. Voor “je weet maar nooit”. Want niet elk zaadje wordt een plant, weet ik uit ervaring. Toch liep het ook nog anders. 

We zaaiden om de twee weken, zodat half mei alle zaadjes in de grond zaten. Maar het weer zat wat tegen, het wilde maar niet echt warm worden en als hennepzaadjes ergens van houden dan is het wel van warmte. Elke dag controleerde ik de groei, maar er gebeurde niet veel. Hoewel de voortrekbak bij huis al de eerste tekenen van groei gaf. Maar op een dag zag ik de eerste twee gekartelde blaadjes, die zo kenmerkend voor hennep zijn, boven de grond uitsteken. Inderdaad, bij het hele slangenstelsel tegelijk. Dus mijn idee van gespreid zaaien en daarmee een gespreide oogst zag ik die dag al meteen in rook opgaan. En ook kwamen niet alle zaadjes uit. Maar de voortrekbak gaf de oplossing. Bij elke lege plek kon ik daarom een voorgetrokken plantje in de grond zetten en zo kwam toch nog de halve moestuin vol hennep te staan. 

Als je dan denkt dat je er bent, heb je het mis. Er zijn namelijk vrouwelijke en mannelijke planten. Maar dat kun je niet direct zien, althans ik niet want zoveel verstand heb ik er dan toch ook weer niet van. Bij sommige hennepplanten is aan het blad te zien wat een man en/of vrouw is. Jawel, één plant kan ook tweezijdig zijn. Maar in het geval van onze soort was dat niet te zien, dan moet je wachten tot de bloei. Als de plant een soort bloeiwijze van hop laat zien, dan is het een mannetjes. Leuk om te zien en bijen zijn er helemaal gek van, maar eigenlijk zijn die mannetjes niet zoveel waard. De dames daarentegen geven mooie grote toppen en geven zoveel geur af, dat je er blij van zou kunnen worden. Gelukkig in ons geval waren de dames ruimschoots in de meerderheid.

Maar dan de volgende vraag: wanneer kan zo’n plant nu geoogst worden? Welnu, de toppen moeten een bepaald stadium bereiken, die je zo op het oog niet kan zien. Volgens mij waren ze goed maar volgens Hans moesten we wachten . Elke dag met de loep in de hand op pad. Het kon nog wel even duren. Onze hulptroepen werden opgeroepen en weer afgebeld, toch nog maar even wachten. 

Toen kwam die dag dat de natuur ons wel heel goed gezind was. Buiten werd het aardedonker terwijl het nog midden in de middag was. Door het raam zagen wij een beangstigend zwarte wolk aankomen met de kenmerken van een supercel. We keken door het raam, handen in het haar en dat schijnt geholpen te hebben. De wolk trok tergend langzaam voorbij en naar later bleek loste deze wolk zich boven Pécs. Hagelstenen ter groote van grote bitterballen aangzwengeld door een storm en daarna een verpletterende regenbui, die de straten liet overstromen. Poeh, dat was even een opluchting, maar wel met de kak tussen de billen. 

Eindelijk dan brak de dag aan dat de loep zo’n beeld gaf dat de oogst kon beginnen. Het weer werkte mee en om de hitte niet al teveel invloed te laten hebben trok Hans een flinke lap stof op, om zodoende een lekkere schaduwplek te krijgen. Vriend Gábor en vriendin Brigi schoven aan de lange tafel, op juiste afstand vanwege dat nog steeds rondwarende kl..te virus. Het grote werk was begonnen. Hans maakte pörkölt voor tussen de middag, zodat niemand van de honger om zou komen. Toen Brigi verdween, kwam vriend Ference en met elkaar knipten we en plukten we weer verder. 

De volgende dagen was Gábor elke morgen om acht uur present. Sandra, met haar altijd gezellige verhalen, schoof aan en niet veel later Flloor ook. Arie en Elizabeth, de doorgewinterde oogsters omdat zij al jaren met druiven werken. Niet helemaal hetzelde, maar wel in verband met goed teamwerk. Ze gingen als een speer. En nog diezelfde dag ook Vali en Zoli, ook al van die teamspelers. En natuurlijk staken wijzelf ook flink de handen uit de mouwen. Aan het einde van week was het dan zover. Hans haalde samen met Gábor de laatste planten, of zeg maar liever bomen, uit de tuin en de klus was geklaard. Ondertussen kregen we nog meer aanbiedingen voor helpende handen. Maar dat is voor volgend jaar, dat is al afgesproken. Vrienden, wat moet je zonder?

Onze hennepplantage was niet zo heel groot, maar best wel hoog.
Start van het grote werk. Gábor en Brigi, de schatten.
Het was beste wel even aanpoten.
Team spelers, er is geen ander woord voor.
Dit was de bui die wij niet kregen maar tergend langzaam aan ons voorbij trok. Poeh!!!

Moederkloek bij uitstek.

We hebben nieuwe kippen. Althans dat was eind april al het geval. Hans bestelde de eieren bij een bekende zijdehoendervrouw, die stuurde de eieren per post op. Allemaal keurig verpakt in een speciaal verzendzakje met daarop met de hand geschreven welke soort het was. Ook voor vriendin É, kippenvrouw bij uitstek. Met de grote doos vol kleine schatten reden we naar É, die thuis een prachtige broedmachine heeft staan. Voorzichtig pakte ik alle (40) eieren uit en É stelde ondertussen het broedwonder in. Ik had trouwens geen idee hoe het werkte. Maar na een kleine les begon ik te snappen dat É dus de taak van de broedende kip moest overnemen. Op tijd draaien en keren, ook midden in de nacht. Waarvoor zij dan wel haar wekker steeds moest zetten en dat 21 dagen lang. We lieten de eieren met een gerust hart achter, want zij is wel de beste moederkloek die je je maar voor kunt stellen.

Vier dagen later begon Halve Kip (zo is haar naam, omdat ze half kriel /half kip is) gedrag te vertonen dat mij bekend voor kwam. Ze bleef te lang op het nest, liet andere kippen toe om hun eitjes bij haar te leggen en stal zoedoende op een dag 6 eieren. Broeds dus. Ik schreef de zijdehoendervrouw en bedacht dat het mooi zou zijn de eieren terug te halen en die onder Halve Kip te leggen. Haar advies kwam al binnen enkele seconden: “Niet doen!” en wel om de reden dat de Hongaarse wegen zo slecht zijn, dat wij zeker met geklutste eieren terug naar huis zouden keren. dat was natuurlijk niet de bedoeling. We gaven, op haar advies, Halve Kip drie eieren waarop ze kon broeden. Wel eerst goed schudden, zodat er geen kuikens uitgebroed konden worden. We reden met de auto heen en weer, nee dat is niet waar. We schudden de eieren flink, legde ze in een mand met stro, pakte Halve Kip op, legde haar op de eieren en sloten de garagedeur. De plek waar ze in alle rust en zonder door andere kippen lastig gevallen te worden en zonder dat zij steeds weer diezelfde kippen zou uitnodigen om er nog een paar extra eieren bij tte leggen, haar broedsel kon verwarmen, draaien en keren. Een kip is slim en soms moet een mens net iets slimmer zijn, vandaar. 

Op dag 21, Halve Kip was ondertussen zo plat als een pannenkoek en twee keer zo breed als normaal, rinkelde de telefoon. De geboortegolf was begonnen. Eierschillen kraakten aan alle kanten, waardoor de kleine snaveltjes zichtbaar werden. Tijd om in de auto te stappen en ons nieuwe pluimvee op te halen. Aangekomen zaten de eerste geboren exemplaren al in een doosje met warme kruiken en zachte doeken. Echt É, de moederkloek bij uitstek. 23 van de veertig eieren kwamen uit, waarvan wij er 10 mee naar huis namen. Met warme kruiken en zachte doeken. We moesten wachten tot de zon onder zou gaan (zo was het advies van zijdehoendervrouw). We openden de garagedeur, ik pakte de nog steeds pannenkoek platte Halve Kip op, Hans pakte haar eieren en gaf haar er tien bloedjes van kinderen voor de terug. Binnen 1 seconden gebeurde het. Ze keek naar ons, keek onder zich en kon haar ogen niet geloven. “Ik ben moeder!” ze zei het niet, maar het leek er wel heel erg veel op. Haar verenpak veranderde van pannenkoek naar moederkloek. Tegelijk met de geluidjes die erbij horen als een kip moeder wordt. 

En zo begonnen wij aan het begin van een lange zomer aan het experiment kip en ei, waarvan ik nu kan zeggen dat het goed geslaagd is. Maar eerlijk is eerlijk, zonder Halve Kip weet ik niet of dit mij wel gelukt zou zijn. Want vriendin É, moederkloek bij uitstek, heeft al haar bloedjes van kuikentjes helemaal zelf opgevoed en die zijn er ook heel goed aan toe.

De zijdehoendervrouw gaf ons al de waarschuwing dat dit ras heel bijzonder is. Bijzonder leuk, maar soms ook bijzonder dom. Ik geef het toe, we hebben zelden zo moeten lachen om kippen die struikelend over hun eigen poten duikelend het kippenhok uit komen. 

De twee haantjes kukelen alweer een tijdje en de hennetjes zouden tegen het einde van deze maand hun eerste eitjes moet leggen. Maar ja, het zijn zijdehoenders. Die zijn heel bezonder. Het zou maar zo kunnen zijn dat zij er hun eigen tijd op na houden. 

En zojuist vloog ik naar buiten, omdat er paniek in de toom klonk. Nog staande op het terras zag ik een grote buizerd opvliegen. Gewoon midden in de tuin.! Ik ga nu eerst mijn kippen tellen. Want het lijkt heel wat met die veren, maar het weegt helemaal niets. Ik ga Bence instructies geven, want die heeft enorm de pest aan buizerds.. Wegjagen, die vogel! En wel heel snel,

Míp

Even optillen…
Nieuwsgierig.
Even zien of de kust veilig is en dan…
Hup naar buiten.
Opgroeiend, tja wat eigenlijk?

Check, check, double check.

Eerste check. Het weerbericht bekijken in verband met aan te trekken kleding. Voor zondag was dat nog een korte broek en t-shirt. Voor vandaag een extra trui, winterjas, ijsmuts, wanten en een sjaal. Kaplaarzen staan buiten, die komen later.

Tweede check. Tekenpen. Ondanks, of juist dankzij, de steeds weer wisselende temperaturen is de tekenplaag dit jaar vroeg op gang gekomen. Onze honden en katten krijgen nog geen druppels, omdat er in die druppels zoveel troep zit dat we dit liever zoveel mogelijk beperken. Tijdens het wandelen controleren we de honden- en kattenjassen op inwoning en als die gevonden wordt doet de tekenpen het juiste werk.

Derde check epipen. Ook wespen zijn alweer volop in de running met het bouwen van nesten om te zorgen dat ook een volgende generatie mij het leven weer een beetje zuur kan maken. Niet dat ze nu op zoek zijn naar mij,  maar het overkwam mij wel dat ik er bijna eentje in mijn hand had tijdens het kippen voeren. Gelukkig was dit nog een slome duikelaar want in de moestuin zijn ze vele malen actiever dan dit exemplaar. Zeker nu, toen ik hem van schrik onder mijn zool verpletterde.

Vierde check. Anti-mug. U begrijpt het al. Ook de muggen zijn zich op dit moment al tot een plaag aan het ontwikkelen. Door de zachte of eigenlijk geen winter is hun aantal niet geslonken. Hun dans in het luchtledige laat vele exemplaren zien die best wel dorstig zijn naar bloed.

Alles in gereedheid voor de ochtendwandeling met de honden. Die laten wij uit achter in de tuin. Dus kunnen we naar buiten zonder speciale handschoenen en een masker.

Als we boodschappen moet doen is er een andere check.

Eerste check. Handschoenen en een masker.

Tweede check. Pinpas, omdat met papier geld betalen niet geliefd is.

Derde check. Ach, die derde check hoeft nu eigenlijk niet meer maar het was een meetlat van anderhalve meter, zodat mensen precies weten hoe ver dat is. Eerst had ik het plan om mensen te vragen naar mijn lengte. Die is namelijk 1.62 m. Dus iets langer dan 1.50 m. Maar wel ongeveer in de buurt van de afstand die bewaard moet worden als je in de rij bij de kassa staat. Toen ik een man vroeg, die achter ons in de rij stond en met zijn kar steeds tegen mij aanduwde, wat meer afstand te nemen werd hij boos. Hij mumelde iets over onzin. Met nog een blik naar achteren begreep hij dat het menens was. Hij stapte terug tot er genoeg ruimte ontstond. Had hij dat niet gedaan, zo had ik verzonnen, dan zou ik mij op mijn rug op de winkelvloer vlijen en daarmee precies de afstand kunnen aangeven die aan iedereen gevraagd wordt. Toch is dat natuurlijk niet helemaal een goede oplossing. Je wordt er vies van en zo’n vloer is in deze tijd van het jaar ook nog eens ijskoud. Daarom bedacht ik een ander plan.

Zoals u weet zijn veel artikelen niet meer te koop. In Hongarije is dat vooral meel, bloem en broodmeel. Maar zeker als wij boodschappen gedaan hebben zijn de schappen van bruine bonen, linzen, witte bonen, kikkkererwten leeg. Net zoals de uien, prei en knoflook na onze komst volkomen uitverkocht zijn. Daarvan maken we dan heerlijke gerechten en het “ruften” kan beginnen. Wij noemen dit het anderhalve meter afstand dieet. En ik kan u verzekeren dat het helpt. Het helpt zelfs zo goed, dat er helemaal niemand meer achter ons wil staan. Tja, korona (in het Hongaars met een K) maakt inventieve dingen in de mens los.

Míp

Ik seponeer.

Twee woorden: Ik Seponeer. Wist u dat tranen letters kunnen vergroten en dat je dan leest

Ik seponeer.

Drieënhalf jaar heeft het moeten duren, voordat die woorden eindelijk op papier konden worden gezet. Justitie heeft in al haar wijsheid deze woorden samengesteld. Met daar achteraan nog drie a-viertjes uitleg waarom ze tot die conclusie waren gekomen. Wel moet ik de complimenten maken aan de resercheurs. In hun proces verbaal hebben ze alles in goede bewoordingen weergegeven. Waarom we de zaden hadden besteld en tot welk doel die moesten dienen. Namelijk om cbd-olie te maken voor onze buurman met kanker en voor Hans die uitbehandeld was met prostaatkanker. Tevens las ik “nadat de bestelde zaden in beslag zijn genomen, hebben ze zich niet meer met deze zaden beziggehouden, ze verkrijgen deze (industriele hennep) ergens anders vandaan, ze bekomen  deze van een officiele teler van industriele hennep”.

Die twee woorden: ik seponeer, maakte van onze grijze dinsdagmorgen ineens een dag om nooit te vergeten. Tranen, opluchting, blijheid, ja zelfs vloeken. Het leek alsof mijn huid ineens weer kon ademenen, dat er weer ruimte in mijn hersenpan kwam, dat mijn ogen weer beter konden zien. De stress van drieeneenhalf jaar leek mijn lichaam als een tsunami te verlaten en maakte plaats voor een gelukzalige ontspanning waarvan ik niet meer wist dat die nog bestond. Ik keek naar Hans. En zag zijn ogen glanzen, van de tranen maar ook omdat de doffe laag van de laatste jaren leek te zijn verdwenen. In één klap.

Dit is het antwoord op de vraag hoe het voelt om verdacht te worden van iets waar je niet schuldig aan bent en waar je het gevoel van krijgt dat er niet wordt gezocht naar de waarheid maar naar een middel om je alsnog achter de tralies te krijgen.

Maar justitie kwam er in al haar wijsheid achter dat er fouten waren gemaakt die ons niet konden worden aangerekend. Het bestelde zakje hennepzaden had voorzien moeten zijn een document. Daarop staat aangegeven welke soort, hoevel thc (mag op zijn hoogst 0,2% zijn, terwijl er in de wietversie minstens 12% zit) en hoeveel cbd de volgroeide planten bezitten. Dat document was door de leverancier niet meegestuurd.

Toch stonden ze er, die woorden: ik seponeer. En met die twee woorden kunnen we ons leven weer oppakken. Nieuwe plannen maken en doorgaan met waar we al mee bezig waren.

In de moestuin heb ik al een mooie ruimte gemaakt om hennep te gaan telen. Want ondanks de uitkomst van het onderzoek, waren we hier al mee aan de slag gegaan. Dit keer uit Hongarije, met op de zak een aangenaaid document. Eerst naar de burgemeester, dan naar een instantie waar het geregisteerd wordt en daarna naar de politie. Het dokument zal voorzien worden van stempels, handtekeningen en goedkeuringen van alle instanties. Met dit document is het namelijk toegestaan om zelf hennep te telen. Tja, we hebben veel geleerd de afgelopen drieenhalf jaar. Ook dat twee woorden: “ik seponeer” je leven weer terug geven.

Míp

en dan hier nog de foto na het openen van de envelop.

De steek, de pen en de liefde.

kortgeleden las ik een stuk in dagblad Trouw. Niet echt mijn krant maar Runa Hellinga, met wie wij bevriend zijn, schrijft soms fijne interessante informatie over Hongarije. Onderstaand stuk is niet van politieke aard maar geeft wel weer hoe de stand van het land kan zijn. Je moet wel op de link klikken om het stuk te lezen.

https://www.trouw.nl/buitenland/een-wespesteek-is-in-hongarije-extra-gevaarlijk~b1415794/

23 jaar geleden, het was op 16 augustus 1996, kwam ik er achter dat ik een wespenallergie had. Het was wel een beetje laat om erachter te komen, want na een minuut begon mijn lichaam tekenen te geven dat het niet helemaal goed met me ging. Om kort te zijn, want velen kennen mijn verhaal al, na anderhalve minuut verkeerde ik in een comateuze situatie. Mijn longen functioneerden nogal weinig en mijn hart tikte niet meer zoals het daarvoor deed. Als Hans niet zo snel een ambulance had gebeld lag ik nu keurig ergens op een begraafplaats met een steen aan mijn hoofdeinde. Ze hebben mijn leven gered, Hans en de ambulance broeder en zuster.

Na grondig onderzoek door de allergoloog bleek dat mijn allergie dodelijk was en bij een volgende steek zou ik dan helemaal geen tijd meer hebben. Ook geen minuut. Hij deed mij een voorstel, dat ik met beide handen aanpakte. Vijf jaar een wekelijkse injectie met wespengif, dat dan langzaam opgevoerd moest worden. Het begon met 1 miljoenste en steeds iets meer. Vijf jaar lang liet ik mij gelaten vergiftigen maar na uitvoerig onderzoek bleek ik niet al teveel antistoffen aan te maken. Een nieuw contract van nog eens vijf jaar werd snel getekend. In 2006 besloten wij te verhuizen naar Hongarije en sloot ik daarmee mijn kuur na tien jaar af. De allergoloog was er niet blij mee maar voorzag mij van allerhande handige tips en schreef mij anti-histamine en een nieuwe  epi-pen voor. Die epi-pen, zo sprak hij, moet je altijd bij je dragen vooral als het augustus is.

Hier bij ons zijn veel wespen en niet alleen in augustus. Slechts in de koudste wintermaanden zijn ze niet actief. In de periode dat wij hier wonen ben ik vier keer gestoken. De eerste twee gaven geen resultaat behalve dan dat ik mij helemaal het lazerus schrok. De derde was een steek in mijn nek die zich omvormde als een soort olifantspoot. Mijn epi-pen gebruikte ik niet, omdat die alweer jaren over de datum was en tegelijk had ik geen verschijnselen die er op leken dat mijn reactie dodelijk was. Ik toog naar vrouw dokter, die keek nog eens goed en schreef mij ampullen met calcium voor die ik dan moest breken en samen met een beetje water moest opdrinken. Maar die had ik al van een vriendin gekregen en het had niet geholpen. Of ze geen anti-histamine kon voorschrijven. Ze keek me verbaasd aan. Wat wist ik van medicijnen? Nadat ik in het kort bovenstaand verhaal in half Hongaars had uitgelegd en begreep dat dit geen toeval was, schreef ze, zij het met wat tegenzin, het anti zwellings medicijn voor. Sinds die tijd bel ik haar als het medicijn op is en zij schrijft zonder morren de recepten uit. Hoewel steeds de vraag komt of ik er ook nog calcium bij wil hebben. Op mijn “nee” schudden zowel assistente als vrouw dokter hun hoofd. Tja, eigenwijze buitenlanders zijn er altijd.

Een paar weken geleden, het was op de dag af 23 jaar geleden dat ik mijn wederopstanding mocht vieren, ruimde ik wat verdorde bladeren van de snijbiet op. Natuurlijk niet met handschoenen, hoe stom. Ik rukte de verdorde bladeren er tussen uit en schoonde de plant weer mooi op. Toen ik bijna klaar was voelde ik een prikje (dus niet een wesp die zijn angel in één keer met heftig venijn  in mijn huid boorde om zijn gif te spuiten) meer een soort waarschuwingsprikje. Ik zag de griezel weglopen op het blad en begreep meteen dat ik geluk had. Tientallen  zaten er tussen de bladeren. Ik keek naar mijn vinger die opzwol, liep naar huis, trok uit de keukenla een doos anti-histamine, nam twee tabletten tegelijk in voor de zekerheid en liet mijzelf op de bank zakken. Mijn epi-pen had ik bij toeval vorig jaar in de vuilnisbak gegooid, omdat die alweer twaalf jaar over de datum was. Het voelde niet lekker in mijn hoofd. Hans, ondertussen door mij gewaarschuwd, vroeg mij op te staan om meteen naar de dokter af te reizen. Maar zowel mijn hoofd als mijn benen wilden niet meewerken. En met de woorden “het gaat niet goed!” Sleepte Hans mij de auto in. Onderweg voelde het alweer wat beter. Ramen wagenwijd open gaven weer wat lucht en even later vroeg ik of ik even proef mocht lopen om te bezien of mijn benen het weer deden. Die deden het, wankel maar ze liepen gewoon naast Hans over het pad. We keerden de auto en reden terug naar huis.

Vrijdag moest Hans weg en keerde heel kort daarna weer terug. “Ogen dicht en niet stiekum kijken”. Ik voelde iets om mijn middel, het was een piepklein tasje. In dat tasje een epi-pen. Ik kuste Hans en zei: kom, kunnen we gelijk snijbiet uit de moestuin halen. De pen is In de morgen besteld bij de apotheek en in de middag hier in huis. Zonder recept. Dit deel van het verhaal van Runa klopt niet helemaal.  Maar de rest? Geloof het maar. Calcium is leuk voor mensen die niets mankeren. Maar voor de rest zul je je huisarts moeten overreden naar je te luisteren. Je komt er tenslotte niet voor je zweetvoeten. En by the way, de snijbiet staat er nog steeds. En het tasje draag ik om mijn middel, als is het mijn tweede huid. Lief hé, zo’n man!

Míp.