Een kater.

Het kwam eigenlijk op een vreemd moment. Een moment waarvan ik het ook niet van mijzelf zou verwachten. Het kwam zelfs niet als een vraag aan mij, of het moet zijn dat de vraag was of ik het wilde delen met andere mensen. Dat wilde ik wel. Maar ik deelde de vraag ook met Hans, hoewel ik wist dat dit een risico zou kunnen inhouden.

Sinds de dood van Beau, alweer bijna een jaar geleden, kijkt Hans op en facebook pagina waarop lief en leed wordt gedeeld op een Hongaarse bordercollie site. Meer leed dan lief mag ik wel zeggen, omdat de meeste honden daar nooddruftig zijn. Of overbodig, omdat de hond toch niet bij het gezin of bij het werkprogramma van het gezin past. Of gewoon uit de auto gezet. Of erger nog, zwaar mishandelt. Telkens als Hans mij roept om nu toch echt even te komen kijken, zie ik daar een smeltend hart achter zijn computer zitten. Mijn vragen zijn altijd hetzeflde: hoe oud? Hoe ver weg? Wat is het probleem met die hond? Want we hebben wel besloten, als er ooit nog een hond bijkomt, dat het geen puppy mag zijn. Dus gewoon een wat oudere hond die zijn/haar laatste dagen nog bij ons in alle liefde kan slijten. Het besluit over zo’n hond ligt dan meestal in mijn handen. “Zeg jij het maar”! Roept hij dan. Hoe mooi en hoe lief ook, hoe schattig en aaibaar en ook nog eens speels en vrolijk, zo’n hond is er nog steeds niet gekomen. Het zal aan Beau liggen, met zijn wonderlijk lieve karakter en zijn eigenwijze streken. Die hond raakt gewoon niet uit mijn gedachten en daarmee is er gewoon nog even geen plaats voor een ander.

De vraag kwam vriendin I. Zelf bezitster van 7 honden en daar zat nou juist het probleem. Twee van die honden, best lief en leuk van karakter, houden niet van katten. Van katten? Ja, van katten. Vlak bij haar voordeur vond ze hen. Klein mager, klagend om eten of drinken of misschien zelfs nog om hun moeder. Een poesje en een katertje. Ze maakte in de schuur naast de paardenstal ruimte. Legde er oude dekens neer, warme flessen met water die dienen als kruik en natuurlijk eten en drinken. De deur van de schuur kan dicht, maar onderaan is wel een ruimte voor zo’n klein katjes om eronderdoor te kruipen. Sommige honden werden furieus bij het zien van die twee kleine monsters, maar ze zaten op veilige afstand van elkaar. Hans zag de foto’s en weer dat smeltende hart. Laten we het doen voor I, zei Hans. Zij wordt ermee opgezadeld en dat vind ik zielig. (mannen met smeltende harten hebben trouwens ook altijd de beste smoezen) Eén streek over mijn hart en ik zei ja. Volmondig ja.

I was blij en ging met de poesjes naar de dierenarts, die na grondig onderzoek de diagnose niesziekte gaf. Nu wij hier ook nog twee oude kattedames van 16 en 17 jaar hebben rondlopen leek het ons allen geen goed plan om de beestjes te verhuizen. Ondertussen werd het poesje steeds brutaler en op een dag bevond zij zich in hondenteratorium. Eén van de honden hapte toe en zo overleed het poesje onder de ogen van I, die net te laat was voor redding.

Zaterdag zijn we wezen kijken. Een mooi klein rood snoezig en pluizig katertje. Een naam krijgt hij pas als hij bij ons mag wonen, want pas als alle verschijnselen verdwenen zijn mag hij verhuizen. Een kater! Wie had dat gedacht? Had ik toch maar geen relatie met Hans aan moeten gaan, want mannen met smeltende harten gaan altijd voor de bijl.

Kater zonder naam, maar dat gaat niet lang duren.

Het duurt even, maar dan heb je ook wat.

Het was juni 2008, alweer bijna 16 jaar geleden, dat Polotár Imre bij ons de maat van een nieuw te bouwen tegelkachel kwam opmeten. Wat ons beiden direct opviel: wat een ontzettend aardige man het was. Na het opmeten en het uitzoeken van de keramische tegels werd de afspraak gemaakt, dat hij de kachel op zou bouwen als de nieuwe vloer in de woonkamer gelegd was.

Of Hans wist wat pálinka was en of hij ooit weleens de beste soort daarvan gedronken had, gemaakt van druiven. We reden naar het huis waar Imre woonde, samen met zijn vrouw en zoon János. Het werd een middag van wijn proeven en rondleidingen in zijn prachtige kelder en nogmaals proeven, maar dan van de pálinka. En vooral heel veel lachen, hoewel wij met de Hongaarse taal schromelijk tekort schoten leek dat er helemaal niet toe te doen. Van zulke aardige mensen kun je het waarschijnlijk van hun lichaam aflezen. Met een tas vol wijn van eigen wijngaard en ook nog een eigen gestookte pálinka, namen wij afscheid. Ik wil niet zegen dat ik Hans liggend moest vervoeren, maar veel scheelde het niet.

Het was in augustus van dat jaar dat Polotár János voor de deur verscheen met een grote auto volgeladen met allerhande materialen om een tegelkachel te bouwen. Samen met een collega sleepte hij alle spullen binnen en naar nu bleek werd de kachel opgebouwd uit honderden kilo’s klei die ook allemaal naar binnen moesten worden gesjouwd. De bouw van de tegelkachel (of zoals in het Hongaars kandalló) kon beginnen. Alles handwerk en alles precisiewerk. En alles met héél véél geduld. Het viel ons op hoezeer János op zijn vader leek. Aardig, voorkomend en charmant. Het werk nam wel enkele dagen in beslag en tussendoor kregen we steeds weer uitgelegd hoe en waarom dat allemaal opgebouwd werd. Nadat het werk gedaan was vertelde János ons, dat als er ook maar iets was wat niet klopte of wat we niet vertrouwde, wij hem konden bellen.

In de jaren tussen toen en nu zijn ze heel wat keren hier geweest om de tegelkachel helemaal schoon te maken. Vooral ook omdat de schoorsteenveger zijn eigen werk niet al te serieus nam en elke keer weer onze schoorsteen goedkeurde zonder ook maar één veeg in die ruimte te hebben gegeven. Dat kwam ons bijna te staan op koolmonoxidevergiftiging. De kandalló brandde niet goed ondanks dat die elke jaar wordt schoongemaakt. János kwam met zijn (toen nog jonge) zoon Martin en samen bekeken zij de schoorsteen vanonder met een spiegel. Hij vroeg naar de papieren van de schoorsteenveger en belde het telefoonnummer op de bon. Ondertussen was ons Hongaars al wel een beetje beter en konden we redelijk goed verstaan en begrijpen wat hij de schoorsteenveger toesnauwde. Tien minuten later stond hij binnen in de hal, die schoorsteenveger met zijn guitige lach. Maar toen even niet meer. Hij stond daar met een grote veer en voor het eerst in negen jaar verdween die veer de schoorsteen in en ragde twee volle vuilniszakken met roet, die met donderend geweld omlaag kwam. Alles zwart in de hal. Maar alles beter dan in de schoorsteen. De kandalló brandde weer als ooit tevoren en een andere schoorsteenveger werd gebeld om de boel nog eens goed te controleren. Neli, zo heet ze, kwam in zwart leren rok en zwart leren jack, samen met een man die de zolder op werd gestuurd. En voor het eerst in al die jaren werd het controleluik bovenaan de schoorsteen geopend en werd de schoorsteen nog eens extra goed geveegd.

Meestal beginnen we zo rond september met contact leggen. Tegelkachelbouwers zijn nogal druk bezette mensen, vandaar. En om de paar weken even een teken van leven sturen, opdat wij niet vergeten worden. En inderdaad, net voor de kerst kwam het telefoontje, het was op een donderdag. Donderdag is hier altijd nogal een dag van activiteiten. We spraken af om vier uur, na mijn Hongaarse les, dat leek mij een goed plan. De ervaring is, dat het nogal stoffig wordt en dat het nogal een herrie is, vandaar. Maar wie er niet kwam was de tegelkachelbouwer. Na wat heen en weer bellen en schrijven kwam hij dan toch opdagen. Afgelopen donderdag was de afspraak om twee uur. En daar was hij dan Martin, de jongste telg van de Polotárfamilie, samen met een collega. Eerst had ik nog wel wat woorden in gedachten. Zoals: waarom heb je niet gebeld? Waarom ben je niet gekomen? Waarom bel je maar een paar uur van tevoren? En nog meer van dat soort vragen. Maar ik kan u verzekeren als zo’n jong dan binnenstapt, vrolijk, aangenaam, voorkomend en dan ook nog eens charmant, dan stel je geen vragen. Dan zeg je alleen maar dat het fijn is dat hij tijd heeft gevonden om toch te komen. Je maakt koffie voor ze. Zoiets. Maar aangezien ik mijn huiswerk altijd nog even controleer voor de les begint was ik daar druk mee in de weer. Ik zat nog met vragen, waar ik niet helemaal zeker van was. “Martin, hoe goed ben jij in de Hongaarse grammatica?” Vroeg ik hem. Hij rechtte zijn schouders en zei “heel goed”. Dat trof, want nu vroeg ik hem toch even bij mij aan tafel te komen en samen liepen we mijn huiswerk door. Ik kreeg uitleg wat ik niet goed had gedaan en complimenten over wat er allemaal wel goed was. Kijk, daar heb je wat aan. Het heeft even geduurd voordat hij kwam, maar dan heb je ook wat.

En de juf? Die heb ik het natuurlijk eerlijk verteld.

En daar is hij/zij dan. De tegel”katknuffel”kachel. (zie poes aan de rechterkant in een doosje)

Precies op tijd.

Ja, wat is nou eigenlijk precies op tijd? Ik wilde het al jaren. Maar het kwam er gewoon niet van. Steeds was er wel weer iets dat aanspraak wilde maken op de spaarpot. Eerst was het een andere auto. Het was een kwestie van de juiste auto met de juiste prijs te vinden. Maar toen de energie crisis aanbrak stond het volgende alweer in de rij. En zo kwamen de zonnepanelen weer bovendrijven, die we steeds maar weer in de kast hadden geparkeerd, omdat we het naar verhouding veel te duur vonden. Alles hadden we rond. Alle berekeningen, uitleg van gebruik, behalve de handtekening. We namen een wijs (nou ja wat is wijs?) besluit. De handtekening werd gezet en zo verdween die andere auto, figuurlijk gesproken, ineens op het dak. Een auto kost steeds meer, terwijl die panelen wel wat op kunnen leveren. En onze oude auto rijdt nog steeds, zij het met soms wat mankementen.

In de tussentijd worden onze zomers steeds maar heter. Airco was voor ons geen optie, teveel energieverbruik voor een beetje koele lucht in huis. U snapt het waarschijnlijk al, de airco is er toch van gekomen, omdat we nu toch zonnepanelen op het dak hebben liggen. Maar ondanks de grote hitte gebruiken we die airco niet veel, omdat het in huis dan weer niet al te koel mag zijn als je ineens bij 38 graden naar buiten stapt. Maar het geluk is dan weer wel, dat wij de airco tijdens koele avonden op warme lucht kunnen zetten. Helemaal geen slechte aanschaf vonden wij en vinden wij nog steeds.

Ondertussen begon de spaarpot zich weer een beetje te vullen en op een maar reparaties na rijdt de auto ook nog steeds goed. Hans vond op het internet de naam van een man wiens professie precies was wat ik al die tijd al zocht. We maakten de afspraak dat hij ergens begin september langs zou komen. Hij verscheen met meetlat, notitieblok en natuurlijk een rekenmachine, want voor niets gaat de zon op. Zwetend en zuchtend, want het was een onaards hete dag, kwam hij tot een slotsom en prikte een datum. Die slotsom was even slikken maar we hadden nu nog vier maanden om de spaarpot wat aan te vullen.

En afgelopen donderdag om kwart voor tien was hij daar dan. Alle materialen keurig in dozen en zijn gereedschap geheel op orde. Eerst begon het boren en schroeven voor de nieuwe rails en al snel werden daar de nieuwe “lappen” in gehangen. Vreemd genoeg maakte het aanzicht van deze “lappen” mij al helemaal blij. En ook deze keer was het puffen en zweten voor hem, omdat het op deze dag voor een winterdag ook weer onaards warm was. 17 graden voor 4 januari is niet geheel of geheel niet normaal. Hij maakte zijn werk af in t-shirt en om half vier kwam er een grijns op zijn gezicht. De klus was geklaard. Maar wie niet grijnsden waren de kippen. Ik heb geen enkele kip ooit zo bescheten zien kijken.

We begonnen te slepen en te sjouwen met planten die al sinds november in huis stonden. Van die exemplaren die in de winter niet buiten kunnen blijven. Ik tuigde de laurierboom af, die sinds enkele jaren dienst doet als kerstboom. Ook stonden er nog een paar planten buiten. Er was haast geboden want de weergoden voorspelden niet veel goeds voor de komende tijd. Sneeuw, ver onder het vriespunt en een snijkoude wind.

Inderdaad, precies op tijd is de wintertuin, voorheen ons terras aan de huiskamer, klaar. Helemaal ingepakt met zeildoek en grote ramen. Dicht voor de wind en dicht voor de kou. De sneeuw viel afgelopen maandag en dinsdag. En de kou? Het was vannacht -12. Buiten en in de wintertuin -1. Deze ingreep heeft zijn/haar sporen nu al verdient.

En daar een kip die haar ogen niet kan geloven.

Bedankt lieve vriend.

Het moest er weer eens van komen, een nieuwe blog schrijven. Ik vinkte alle smoezen af en kwam tot de conclusie dat ik maar gewoon weer eens moest gaan beginnen. Niet moeilijk. Computer starten, link aanklikken, vingers op het toetsenbord en de woorden op het scherm laten verschijnen. Zo moeilijk is dat niet. Behalve….

Tja, behalve als het niet meer werkt. Vele wegen bewandelden we, maar met geen mogelijkheid dat we nog bij de gegevens kwamen. Na enig speurwerk op het net bleek, bij gratis WP, dat je domeinnaam kan verlopen als je er meer dan een jaar geen gebruik van maakt. En dat kan wel kloppen, want de laatste blog is alweer 1,5 jaar geleden. Op zoek naar andere mogelijkheden bleek een betaald account één van de (ongeveer 100 of meer?) mogelijkheden te zijn. Nu kende ik dat programma als mijn broekzak dus geen probleem. Even een nieuwe layout verzinnen, foto’s erbij, tekst erbij en het bloggen kon beginnen.

Inderdaad ziet alles er nog net zo uit als voorheen, alleen de mogelijkheden zijn zo groot dat een bos kan verdwalen in zijn/haar eigen bomen. Net nu ik een kerstverhaal wilde gaan schrijven. Want de kerst naderde. Ik verstuurde het verhaal dan maar via mijn eigen email en andere communicatie mogelijkheden.

Ik kreeg een email terug van een vriend: Dit verhaal is toch wel blogwaardig Míp!! Ja, dat vond ik ook. Maar hoe dan? Ik pakte de telefoon en belde de vriend om uitleg te geven waarom dat niet kon. Bij toeval, ja echt bij puur puur toeval, kreeg ik het antwoord waar mijn hart van over sloeg. “Ik ben heel bekend met WP en wil je best een handje helpen als jij dat wilt”. En of ik dat wilde. Nu wist ik wel dat de vriend vroeger websites bouwde maar niet dat hij dat ook met WP deed. Hij ging gelijk aan de slag om het een dag later mijn nieuwe blog werkend te hebben. Maar helaas, toch ging het niet zo voortvarend als gedacht, doordat ook hij tegen allerlei dingen, die vooral niet wilde werken, aanliep. Ook gelukkig voor mij, omdat ik mezelf steeds iets minder dom begon te voelen en dat het toch allemaal ingewikkelder was dan gedacht.

Maar gisteren, tegen het einde van de middag, kwam daar het verlossende telefoontje. De boel draait. Maak je maar klaar voor je nieuwe blog. En zie hier, een nieuwe blog is geboren. Maar ook staan er nog een reeks oude verhalen in van de oude blog “Het land dat lokt, Hongarije”. Wat een werk heeft hij verzet.

Dank je wel lieve vriend. Geld wil hij er niet voor hebben, dus zal ik hem gaan betalen in natura. Dat wordt dan een hele grote tafel vol lekkernijen. Ja, ook eten is natura.

Míp

NB: Door stom toeval bleek ook dat de oude blog toch nog werkt, alleen vraagt dat weer wat vaardigheden om er ook daadwerkelijk in te werken. Wordt vervolgd.

Vette bonje en de realiteit.

Chaos…en van de hak op de tak

Tijd om eens even te reflecteren, want ruzie in een relatie is soms weleens verfrissend, maar kan ook uit de klauwen lopen en helemaal wanneer een van de twee deelnemers nogal doof is voor de partner en in dit geval ben ik dus de dove partij en gisteren zeker stokdoof. Wat is er allemaal aan de hand wat dit vredige bestaan van ons doet wankelen? Nou, daar heb ik wel even een flink stuk papier voor nodig en dus is mijn advies om het hierna volgende maar eens even flink in perspectief te proberen te zien, want wat zijn de ingrediënten….?

Zien of niet zien, that’s the question.

De reden van onze onenigheid is er eentje van verschil van inzicht als het gaat over het naleven van principes. Over het feit dat je telkens maar weer in staat bent om met de de kennis van nu te moeten kunnen overleven. Wat een gezeik zul je denken, maar ook dat vraagt om heel veel uitleg. Laat ik beginnen met de mededeling dat wij hier bijna volmaakt gelukkig zijn in ons eigen paradijsje. Bijna, omdat er vaak teveel dingen van buiten onze poort zijn die je bijna óngelukkig zouden maken en dus lukt het steeds beter om daarvoor je ogen te sluiten en die toch blijven knagen. Dingen die ik graag zou zien veranderen maar waarvoor ik noch de kennis noch de macht over heb, want zoals de zaken in dit land hier nu gaan is een kwestie van jezelf aanpassen of je kont tegen de krib gooien. En vooral dat laatste is nu de inzet van onze ruzie. Een kwestie van keuze. Volg je je gevoel en wil je je recht halen of móet je domweg mee in het accepteren van de werkelijkheid die hier ten lande geldt.

Zwemmen

We gaan twee dagen geleden met vrienden naar het leukste zwembad in de regio en weten op die manier de 40º+ de baas te zijn. Wanneer ik heerlijk dollend als een jonge god door het water donderjaag is het ineens raak. Ik schrik me rot en wel omdat ik bemerk dat het zicht in mijn rechteroog ineens helemaal is verdwenen. Vriend Arjan merkt het gelukkig en pakt me bij mijn donder en sleept me mee naar de kant en ondersteund mij bij mij trapje. Aangekomen bij onze schaduwplek is het even flink nahijgen om de schrik weer de baas te worden. Na een minuut of tien rust met m’n kop onder een handdoek is het zicht weer helder en gaan we meteen op pad naar huis. Ja, we houden jullie op de hoogte zeggen we tegen onze vrienden, en weg zijn we.

Het voorafgaande

Omdat het aanpassen van een bril maar niet wil lukken en de opticien na drie gefabriceerde brillen de handdoek in de ring gooide kwam het aanbod om een oogarts in te schakelen. Die oogarts, een kopie van Wende Snijders, stal meteen ons hart. Ze was door de opticien ingelicht wat precies het probleem was en dus was er tijdens het eerste onderzoek een professor uit Boedapest overgekomen om haar bij te staan. Ze waren zo druk met dat linkeroog dat de aandacht die ik vroeg voor mijn rechteroog helemaal ondersneeuwde. Tot twee keer toe bleef dat een buiten beeld. Totdat ik haar drie dagen voor haar vakantie toch maar eens een overzicht mailde van wat er allemaal aan de hand was met dat réchteroog.

‘ Beste Krisztina, al een maand of twee en een half heb ik last van uitval van mijn zicht aan m’n rechteroog. Soms een klein stukje aan de onderkant, dan weer de zijkant en dan weer als een caleidoscoop, aan alle kanten een stukje.’ Diezelfde avond laat antwoord. ‘Beste Hans….als de donder beginnen aan een onderzoek van de rechter hals slagader, want anders gaat de operatie Augustus niet door’.

Míp..mijn zoekmachine

Bij het zoeken naar een ziekenhuis die een echografie van mijn hals kon maken kwamen we er snel achter dat de maandenlange wachttijd niet gelijke tred hield met onze agenda. Na lang wel of niet stonden we voor de balie van de zoveelste privékliniek. Ja, ze zijn er op alle gebied, die klinieken en deze was wel heel erg luxe. Een grote privéparking en de twee aantrekkelijk ogende juffen achter de balie waren wel heel erg gewaagd geüniformeerd….en drie minuten later lag ik reeds te bed in het schemerdonker. Nee, niet met die juffen, maar met een serieuze arts die aan de machine wel heel erg vreemde en klokkende geluiden wist te ontlokken. Die hartslag was zo hard te horen dat Míp op de achtergrond met opgetrokken wenkbrauwen meekeek. ‘Uw hart maakt op de tienduizend slagen achterhonderd slagen teveel, maar dat valt binnen de marge en dus géén probleem. Maar die ader is flink dichtgeslibd en daar moet u heel snel iets aan laten doen want anders wordt uw oog misschien wel permanent blind en erger nog, u zou ook een beroerte kunnen krijgen en zelfs een combinatie van beiden’.

Godverdegodver

In de auto terug was de stemming een weinig teneer geslagen en geloof me, dat is een understatement. Enigszins bijgekomen van de schrik produceerde Míp weer een van haar snelle en gevatte conclusies. “Nou, dat wordt dus uitwijken naar een privékliniek, ook al is dat duur. En onthoud één ding ….een aangepaste woning is stukken duurder, lieverd’. Toch probeerde zij eerst nog het “gewone” ziekenhuis en na enige tijd was er contact met een assistente van de arts. 13 dember. Wat? 13 december? Maar dat is veel te laat. Hij heeft nu hulp nodig! Toen kwam er een riedel van niet mis te verstane Hongaarse woorden. De laatste woorden waren: urgentieverklaring van je huisarts. Toen klonk er piep piep, omdat de assistente de telefoon er woest opgedonderd had. Dat was dus de dag voordat we gingen zwemmen en dat het donker werd voor mijn ene oog. De spanning bleef in de lucht hangen en de vraag was dus ‘wat te doen’. We hadden net opdracht gegeven om airco te laten installeren en om de meerkosten aan energie te dekken met ook nog eens het laten installeren van zonnepanelen. Ja, die kosten zouden we met wat bezuinigen in de komende jaren best kunnen dekken, maar dan toch…een privékliniek…dat is het erkennen dat er twee samenlevingen bestaan, want de grote meerderheid van de Hongaren die kan dit wel op hun buik schrijven.

Dit vraagt om uitleg.

Al jarenlang luisterde de kliek van onze hoofdkabouter niet naar de geluiden van onvrede uit de gezondheidszorg. Om het juiste woord te vinden zou ik het willen houden bij uitkleden en dat terwijl de leden van de regering en hun vriendenschare zich meer en meer verrijkten door corrupte bezigheden. De rest van Europa rook haar kans en het is al meer dan tien jaar geleden dat scouts door de gangen van ziekenhuizen snorden om zichtbaar herkenbare artsen op hun schouder te tikken en de vraag te stellen ‘Do you speak English?’ of Sprechen Sie Deutsch?’ Als op een van de twee beamend werd gereageerd dan was de volgende vraag ‘Wilt u tien keer zoveel verdienen”. Begrijpelijk dat er in de afgelopen jaren alleen al meer dan 4.000 artsen en specialisten het land verlieten. Maar hoe dan verder als je nog steeds dat medisch personeel niet meer wenste te betalen.

Het werd een gedogend compromis. De nog resterende artsen en specialisten werd toegestaan om met collega’s een privékliniek op te zette, op voorwaarde dat zij van ’s morgens 06.00 uur tot 13.00 voor het ziekenhuis te werken om daarna naar hun eigen stek te gaan om dat tekort aan salaris bij te verdienen. Reden waarom je, als je het woord Magámklinika intikt op Google ( privéziekenhuis) bijna 700.000 treffers vind.

Terug na het zwemmen

Míp zoekt zich te pletter, googelend om een ziekenhuis te vinden waar men in staat is om snel hulp te bieden voor mijn ‘probleempje’. Het is rond een uur of half zeven wanneer ik een overzicht van de ziekenhuizen in en rond Pécs bekijk. Ineens zie ik dat ook de Universiteit een heel eigen ziekenhuis heeft…eigenlijk nooit bij stilgestaan. Ik bel en na drie keer doorverbinden verzoek om een Engels sprekende arts. Ik leg uit wat er allemaal gebeurde tijdens het zwemmen en het is heel even stil. Dan volgt de reactie…’Bel een ambulance en kom snel hierheen, we verwachten je….wees snel’

Binnen een kwartier is de veranda een Covid testcenter en word ik ondersteund naar de ziekenwagen geholpen. Tussen neus en lippen door krijg ik nog de mededeling dat we niét naar Pécs gaan maar in plaats daarvan naar Szigetvár, dus niet de dertig kilometer oost, maar west. Ik maak nog duidelijk dat de arts in Pécs klaar staat om mij te ontvangen, maar daar wordt slechts schouderophalend op gereageerd. In het ziekenhuis aangekomen wordt ik op een stoel geplaatst en gaan de ambulanciers naar de balie. Ik zie ze babbelen met een in het groen geklede regelaar die kennelijk hoofd van de receptie is. Ik zie wel minstens twintig wachtenden die de tijd doden met…..wachten. Ik word snel naar de onderzoekskamer gebracht en daar zie ik net de arts een laatste stuk van zijn bezorgde pizza naar binnenwerken. Hij doet mij de band om mijn arm en checkend mijn bloeddruk. Vervolgens zegt hij de volgende dag terug naar de huisarts en vervolgens naar de Universiteitskliniek. Ik kijk hem ongelovig aan en vraag of dit een geintje is. ‘Nee. U kunt gaan.’ Ik word heel erg kwaad en zeg ‘Verdomme, het is negen uur . Kunt u een taxi bellen?’ maar blijkt dat Szigetvár inmiddels geen taxibedrijf meer heeft en hij voegt me ook nog toe dat de ambulance geen taxidienst is en dat ik dan maar met de bus naar huis moet zien te komen. Hoe bedoel je…levensbedreigend? En wat betreft je eed van Hippocrates of is die niet geldig meer, meneer de dokter?

De schuifdeuren worden van afstand geopend en daar sta ik dan…op een totaal verlaten parkeerplaats, moederziel alleen. Míp slaakt een zucht van ongeloof en begint bijna te huilen….wat een klootzakken daar. Zij kan me niet komen halen, want door haar nachtblinde ogen is zij een gevaar voor haar omgeving en voor haarzelf op de weg. Buurman Feri heeft zij bereid gevonden om met onze auto mij op te halen en ruim een uur later ben ik thuis.

Slot van deze nachtmerrie

Die avond kunnen we beiden niet veel anders dan zuchten en elkaar aankijken met een blik van ‘nietwaar, toch?’ Later die avond komt zij met het voorstel om dan maar meteen naar de Da Vinci te gaan, een van de betere privé ziekenhuizen in de regio. Ik ben duidelijk….’Nee…er stond een arts op me te wachten en die ratten…..’ De volgende ochtend doet M anderhalf uur pogingen door het pantser van de ziekenhuiscentrale te komen en omdat op geen enkele manier lukt geeft ze het op. Ze wordt weggedrukt, ze gaat discussies aan en laat zich de kaas niet van het brood eten, maar…ze verdommen het gewoonweg en hebben schijt aan de gezondheid van de patiënten. Ik heb mijn ervaring ook nog contact met Tamás in Budapest. Hij werkt voor een mensenrechtenorganisatie en door onze contacten rondom de hele CBD-affaire zijn we inmiddels ook bevriend geraakt. Hij vertelt dat hij door de jaren ook te maken had met patiëntenrechten met inmiddels tal van vergelijkbare situaties. Maar, zo zegt ook hij, nu maar even voor jezelf kiezen, Hans. Ga naar een Magámklinika en laat je helpen. Ik loop er over te piekeren dat Míp gelijk heeft, maar toch…okay dan moet dat maar. Ik kom naar de veranda waar ik Míp in gesprek hoor met Bogi, onze lieve vriendin en ook mijn pilatesleraar. Ik moet schreeuwen om haar te onderbreken….ja, Bogi, ik ga naar een Magám….en ja, Míp heeft helemaal gelijk en ja, ik houd van haar en zal naar haar luisteren. Maandag gaat die toko weer om acht uur open en zal ik moeten toegeven aan het feit dat de maatschappij hier nog verdeelder is dan waar dan ook….welk een vreselijk toekomstbeeld.